Rekenen met procenten

Vraag

  1. Je cijfer voor economie op je rapport ging van een 6 naar een 8. Hoeveel punten is het toegenomen?
    Hoeveel procent is het toegenomen? antwoord
    Toename: 2 punten.
    Procentuele toename: (nieuw - oud) / oud = (8-6)/6 = 2/6 = 1/3 = 33%
  2. Je cijfer voor wiskunde op je rapport ging van een 8 naar een 6. Hoeveel punten is het afgenomen?
    Hoeveel procent is het afgenomen? antwoord
    Afname: 2 punten.
    Procentuele afname: (nieuw - oud) / oud = (6-8)/8 = -2/8 = -1/4 = 25%
  3. Het aantal punten van de toename en de afname is gelijk.
    Maar het percentage van de toename en de afname is verschillend. Waarom? antwoord
    Je vergelijkt de toename (2) en afname (2) steeds met een ander getal (6 of 8).
  4. De prijs neemt toe van 82 euro naar 98 euro. Hoeveel euro neemt het toe?
    Hoeveel procent neemt het toe? (Wat is de procentuele toename?) antwoord
    Toename: 16 euro.
    Procentuele toename: 16/82 = 19,5%
  5. De prijs neemt af van 98 euro naar 82 euro. Hoeveel euro neemt het af?
    Hoeveel procent neemt het af? (Wat is de procentuele afname?) antwoord
    Afname: 16 euro.
    Procentuele afname: 16/98 = 16,3%