Geschiedenis van munten

Geld is door de eeuwen heen steeds van iets anders gemaakt. Duizenden jaren geleden gebruikten mensen schelpjes en zout als ruilmiddel. Later ruilden mensen met metalen zoals zilver en goud. Tegenwoordig is geld gemaakt van materiaal dat weinig waard is.

Geld moet makkelijk zijn om mee te betalen (betaalmiddel), waardevast zijn nu en in de toekomst (spaarmiddel) en makkelijk mee zijn te rekenen (rekenmiddel).

Schelp

Schelpje

  1. Beperkte hoeveelheid (tamelijk zeldzaam).
  2. Gaat lang mee (is sterk en bederft niet).
  3. Waarde is duidelijk (zien er allemaal hetzelfde uit).
  4. Makkelijk te tellen.
  5. Goed overdraagbaar (en makkelijk mee te nemen).
  6. Had aanzien omdat mensen in de vorm een vruchtbaarheidsymbool zagen.
Romeinse munt

Romeinse munt

  1. Afgebeeld is de vriendin van de beroemde Romein Julius Caesar: Cleopatra.
  2. Is van zilver, een waardevol metaal.
  3. Op de andere kant staat de waarde in cijfers.
De eerste gouden gulden

De eerste gouden gulden

  1. Afgebeeld Keizer Karel V, uit 1521.
  2. Is van goud gemaakt (goud was beperkt verkrijgbaar en had steeds veel waarde).
  3. Op de achterkant staat de waarde in cijfers.
  4. Goed overdraagbaar (en makkelijk mee te nemen).
Euromunt

Euromunt

  1. Op de voorkant staat de waarde in cijfers.
  2. Beperkte hoeveelheid (daar let de Europese Centrale Bank op), maar niet van kostbaar materiaal.
  3. Klein.

Vraag

  1. Als spaarmiddel zijn bovenstaande schelpjes beter dan graan.
    Leg uit waarom dat zo is. (Tip: denk aan de duurzaamheid van schelpjes).
  2. Als rekenmiddel is de euromunt handiger dan het schelpje.
    Leg uit waarom dat zo is. (Tip: denk aan de verschillende waarden van de euromunt).